is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De fransche jurisprudentie heeft altijd aangenomen: que les violences d'uti mari sur sa femme, lersqu'elles tendent dans leur but, a 1'accomplisseinent des fins légitiraes du inariage 11e constituent pas un attentat a la pudeur.

Deze is ook de leer van de fransche strafrechtsleeraars. Ik kan prof. Wilkeu, die Chauveau et Hélie II § 2826 aanhaalt, zeer aanraden de voorafgaande §§ 2819 —2821 met aandacht te lezen.

En datzelfde principe is ook gehuldigd in het arrest van het Hof te Parijs, aan prof. Wilken door prof van der Hoeven verstrekt. — Zonderling klonk het mij dat arrest te zien aangehaald ter bestrijding van de beslissing door het Hof van N. I. genomen. Dat fransche arrest is juist de bevestiging van de juistheid dier beslissing. Want wat beslist liet Parijsche Hof? precies hetzelfde : que le inariage a pour but 1'union de 1'homme et de la femine; que les devoirs quhl impose, la cóhabilation, Pobéissance de la femme envers le mari, établissent entre les époux des rapports intiines et nécessaires.

Volkomen juist en deze overweging laat het principe onaangetast.

Maar, beslist bet Hof, de vrouw is daarom niet gedwongen zich tegennatuurlijke handelingen bij die cohabitatie, bij die rapports intiines et nécessaires te laten welgevallen. Hit het vooropgestelde principe volgt niet, zoo overweegt het Hof, qu'elle puisse être forcée de subir des actes contraires a la fin légitime du inariage. En bet arrest van 21 November 1839 besliste dat. alleen dan sprake kan zijn van de toepassing van het artikel si le mari avait eu recours a la violence pour exercer sur sa femme un acte contre nature. (Dalloz. Receuil périodique. Jaarg. 1840, deel 1 pag. 6). En dit arrest werd gewezen op requisitoir van den procureur generaal Dupin, dat ook aangehaald wordt in de collectie Réquisitoires enz. V. p. 138—152 en waarin de bijzonderheden van dit schandaalproces worden medegedeeld, waarin Ledru Rollin als verdediger optrad.

Men zie ook een arrest van 18 Mei 1854 bij Dalloz, 1854, I, 262.

Het fransche Hof heeft het principe der niet toepasselijkheid