is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Code Pénal op echtelieden, het principe dat, aanranding der eerbaarheid door den man op zijne wettige vrouw ondenkbaar is, volledig gehandhaafd.

Maar de fransche jurisprudentie beschermt de vrouw tegen den dwang van den man om tegennatuurlijke gemeenschap uit te oefenen met zijne vrouw. Zij past het artikel toe als de man geweld pleegt om haar te laten subir des actes contraires a la fin légitime du manage. Jousse — Justice criminel'le IY, 120 — zegt daarvan, waar hij de jurisprudentie en wetgeving uit de oudheid resumeert: La peine du crime de sodomie a lieu non seulement contre ceux qui rem habent cum masculo, mais encore a 1'égard de ceux qui accedunt ad mulierem praepostera venere; et cette peine a pareillement lieu a 1'égard de ceux qui en usent ainsi a 1'égard de leurs propres femmes.

Welnu tegen zulk een crimen nefandum beschermt dat arrest de viouw; daartoe, tot zulk eene tegennatuurlijke schanddaad kan ze door den man niet gedwongen worden; dat is een acte contraire h la fin légitime du mariage; zulk eene daad is altijd strafbaar geacht en hieraan hield het arrest vast. En daarop had ook Modderman het oog toen hij deze mogelijkheid der toepassing van het geincrimineerde artikel op echtelieden aanwees in dat ééne bijzondere geval. Bij Chauveau et Helie II § 2820 kan men de sententiën der oude schrijvers hieromtrent vinden.

Maar dat is een heel andere feitelijke toestand dan in de zaak door het. Hof van N. I. beslist. In casu was in confesso dat de man zijne vrouw dwong tot sexueele gemeenschap, tot la fin légitime du mariage.

Heeft de schrijver dat bekende arrest gelezen ? en ook het requisitoir en de verdediging? Of heeft hij zich vergenoegd met de kennisneming van den considerans, die gewoonlijk alleen in de commentaren, zoo ook bij Chauveau en Hélie wordt opgenomen? Maar zelfs dan, wat evenwel geen zeer aanbevelenswaardige methode is, had den schrijver door eene aandachtige lezing van de hem verstrekte overweging niet mogen ontgaan dat deze niet tot steun strekken kon voor zijne even voorafgaande stoute thesis.