is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevallen arrest wel en terecht is gewezen en dat de heer Wilken in zijn verzet daartegen niet ontvankelijk moet worden verklaard.

Waar ten slotte prof. Wilken den wensclx uitspreekt om in het bewuste wetsartikel het misdrijf van verkrachting zoodanig te omschrijven dat het feit, gepleegd in een wettig huwelijk tegen de vrouw, strafbaar is, als deze de puberteit nog niet bereikt heeft, daar schaar ik mij geheel aan zijne zijde.

Ofschoon in Nederlandsch-Indië als regel geldt in de inlandsche maatschappij dat alleen huwbare personen trouwen, worden niettemin nog al te vaak, zoowel door inlanders als Chineezen, huwelijken gesloten en geconsomineerd met inlandsche meisjes, die nog veel te jong zijn, wat te eerder mogelijk blijft omdat het Gouvernement daarop geene controle doet uitoefenen en nog altijd een burgerlijken stand als voor europeanen niet heeft in het leven geroepen, waardoor onder meerdere voordeelen ook dit belangrijke zou worden verkregen', van zekerheid omtrent den leeftijd, die nu voor millioenen ingezetenen in de lucht hangt.

Het Eransche koloniaal gouvernement maakte reeds in 1854 eene zeer oordeelkundige regeling, die bij een nader decreet in 1868 werd uitgebreid en waarbij ook rekening gehouden werd met de godsdienstige wetten van haar geloovige onderdanen. De ontwikkeling dier regeling is niet huius loei, ik wijs er alleen op dat zulk eene regeling zeer goed mogelijk is.

Urgenter is evenwel de voorziening bij de strafwet en het strafbaar steller, van den inlander die zijne nog niet tot puberteit gekomen vrouw tot sexueele gemeenschap dwingt.

•Dat zulk eene strafbepaling volkomen in overeenstemming zou zijn met de rechtsbegrippen der inlandsche bevolking, zoo als prof. Wilken gelooft, betwist ik.

Maar dat behoeft ons niet te weerhouden. De overheerscher heeft het recht, neen is verplicht, aan het overheerschte ras een strafrecht te geven, dat overeenstemt met zijn rechtsbewustzijn. En dat hebben wij ook gedaan.

Hebben wij dan rekening gehouden met die rechtsbegrippen