is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beslag is gelegd op het huis bewoond door tweeden gedaagde en daaruit reeds zou volgen—geldende het hier roerend goed — dat niet eischer, maar tweede gedaagde eigenaar daarvan is, doch deze bewering zijnen feitelijken grondslag mist, daar wel in de aan de dagvaarding voorafgaande aanzegging, doch geenszins in de dagvaarding zelve dat positum voorkomt;

dat derhalve eeiste geintirneerde met zijne vordering is ontvankelijk;

O. voorts, dat appellant heeft ontkend, dat de daadzaken gesteld ter staving van eersten geintimeerdes eigendomsrecht op het quaestieuse huis— hetwelk tusschen paitijen vaststaat roerend goed te zijn — ter zake dienende en afdoende zijn, omdat daaraan ontbreekt het feit der op den verkoop gevolgde levering; dat eerste geintirneerde hiertegen heeft aangevoerd: dat bij door c q te bewijzen, dat hem op eene publieke vendutie in Maart 1884 te Fort de Koek het huis in quaestie is toegewezen, inderdaad zal hebben bewezen, dat hem dat huis is geleverd, vermits toch die toewijzing is levering van het gekochte door den vendumeester aan den kooper;

dat echter, daargelaten dat geintimeerdes beweren, als zoude de toewijzing van eene op publieke vendutie gekochte zaak, eene feitelijke levering van den vendumeester aan den kooper in zich bevatten, ten eenenmale onjuist is, daar toch de vendumeester, vertegenwoordigende het vendudepartement, geenszins de verkooper, doch eenvoudig de krachtens de wet aangewezen tusschenpersoon is tot het houden van verkoopingen in het openbaar ten behoeve van den verkooper, en dus niet tot levering is bevoegd, veel minder verplicht — geintimeerdes beweren bovendien is in lijnrechten strijd met de strekking, welke hij aan het door hem te bewijzen in de eerste plaats gestelde feit in eersten aanleg gaf, blijkende toch uit zijne conclusie van eisch incidenteel, dat hij door dat feit alleen den koop en niet tevens de levering van het huis heeft bedoeld;

dat nogtans appellants grief hem niet kan volgen, omdat eerste geintirneerde buiten het feit, dat hem het huis op publieke vendutie is verkocht; heeft aangeboden te bewijzen, dat hij se-