is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat den Hove ook geene gronden zijn voorgekomen, welke ambtshalve tot de vernietiging van liet vonnis moeten leiden en de eisch in cassatie gevolgelijk behoort te worden ontzegd;

Gelet op de aangehaalde en op de artt. 303 en volg. en 411 van het K'egl. op de Strafv.;

Rechtdoende,

Verwerpt het voorgestelde middel van niet-ontvankelijkheid;

Ontzegt den eisch in cassatie;

Veroordeelt den requirant in de kosten in cassatie gevallen.

EERSTE AANLEG.

LANDRAAD TE EINDJE I.

Zitting van 3 December 1S 9 0. Voorzitter: Mr. Tl. Z. Dannenbaugh

REVISIE.

HOOG-GERECI1TSHOE VAN NEDERLANDSCH-INDIE, ^Tweede Kamer).

Zitting van li Februari 1891. Voorzitter: Mn. "W. A. Engelbrecht.

Ondergraving. — Buitenbiiaak. — Inklimming. — A rt . 809 en 313 S te. I nl.

De landraad te Bindjei, residentie Oostkust van Suinatra, rechtsprekende in zake van misdrijf in de zaak van den beklaagde Oedopawiro, oud enz.;