is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het hem ten laste gelegde feit, onder aanneming van verzachtende omstandigheden, zal vvorden veroordeeld tot drie jaren dwangarbeid buiten den ketting;

Ingewonnen het advies van den Penghoeloe;

O. dat uit beklaagdes ter terechtzitting afgelegde bekentenis, vergezeld van eene bepaalde en nauwkeurige opgave van omstandigheden, welke ook uit de ter terechtzitting onder eede afgelegde verklaring van den getuige Ho Ah Njaw (1ste get.), dat is van den persoon, tegen wien het onderwerpelijk feit is gepleegd, tiekend zijn en daarmede overeenstemmen, weitig en overtuigend consteert, dat de thans beklaagde Oedopawiro zich aan het hem bij de akte van beschuldiging in overeenstemming met het bij het bevelschrift van verwijzing ten laste gelegde feit heeft schuldig gemaakt, behoudens dat bij de te dien opzichte door beklaagde gedane ontkentenis, het wettelijk bewijs niet is geleverd, dat behalve de als zoodanig door beklaagde erkende in judicio aanwezige goederen en de niet ten processt geproduceei de kist, ook nog een zwart lakensch baadje, twee chineesche broeken, die aan den wand hingen, en een blik petroleum, hetwelk op den grond stond, tot de ontvreemde goederen hebben behoord;

O. dat dit feit alle elementen in zich vereenigt om daar te stellen het bij art. 301 sub lo. van liet Strafwetboek voor Inl. met vijf tot vijftien jaren dwangarbeid in den ketting strafbaar gestelde misdrijf van diefstal met ondergraving in een bewoond huis ;

O. dat hiertegen niet obsteert, dat het woord ondergraving in de wet niet uitdrukkelijk wordt genoemd, vermits toch met dit woord in de rechtspraak, waarin hetzelve door langdurig gebruik als het w&re burgerrecht verkregen heeft, nooit iets anders is bedoeld geworden dan de zoo beknopt mogelijke aanduiding van dat bepaalde soort van buitenbraak, waardoor de grond, welke onder de zich daarop of daarboven bevindende hunstmatig daargestelde afsluitingen, als eene natuurlijke afsluiting dienst doet, min of meer uit zijn verband gerukt of wel, 0111 de eigen woorden der wet (zie de artt. 309 en 311 van het Strafwetboek