is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1853 no. 28 tweemaal gepleegd, door als koffiehuisliouder op de avonden van Vrijdag en Zaterdag den 20 en 21 Februari 1891 zijn koffiehuis, gelegen in de kampong Warong pelim ter hoofdplaats Soerakarta, na 10 uur des avonds, nog te hebben geopend voor het publiek en overzulks veroordeeld tot de betaling van een geldboete van f 5 en van een geldboete van ƒ 20, met bepaling dat hij bij niet betaling dier geldboeten als lijfsdwang zal kunnen ondergaan gevangenisstraf voor den tijd respectivelijk van een en twee dagen, met verbeurdverklaring ten behoeve van den Lande van het voor het koffiehuis geplaatst uithangbord en nog is veroordeeld in de kosten van het rechtsgeding;

Gelet op de acte, opgemaakt door den griffier van voornoemden Residentieraad, waaruit blijkt dat de veroordeelde Minas Galestien voornoemd op den 24en Maart 1891 verklaard heeft dat hij in cassatie komt van het genoemde vennis;

Gezien de schriftelijke conclusie, namens den Procureur-Generaal genomen door den Advocaat-Generaal Mr. C L Brevet en gedagteekend 27 April 1891, strekkende tot ontzegging van den eisch in cassatie met veroordeeling van den requirant in de kosten;

Gezien eene door den requirant op den 28en April 1891 ingediende memorie van cassatie;

Gehoord het rapport van den Raadsheer Mr. G. H. Lowe;

Gezien de stukken;

O. dat onderwerpelijk bij de aanteekening van cassatie de bij de wet gestelde termijn en verdere formaliteiten zijn in acht genomen, doch dat, alvorens te onderzoeken of en welke middelen door den requirant zijn aangevoerd dan wel of er ambtshalve middelen voorkomen welke tot cassatie kunnen leiden, in de eerste plaats behoort te worden nagegaan of een beroep in cassatie van voornoemd vonnis openstaat;

O. dienomtrent, dat dit krachtens art. 176 van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie alleen is toegelaten wanneer geen ander middel van voorziening aanwezig is en nu de requirant van het vonnis in hooger beroep had kunnen komen;

O. toch dat krachtens art. II van de Ordonnantie van 9