is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft het geval, dat bij liet onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het feit tot de bevoegdheid van den landraad behoort, terwijl in casu zulks reeds vóór het onderzoek ter terechtzitting en wel uit de verwijzing en de beschuldiging is gebleken;

O, dat art. 290 van het Reglement op de Strafvordering voorschrijft, dat in een geval als het onderhavige liet Hof het vonnis zal vernietigen, met verwijzing van de zaak naar den bevoegden rechter;

Gelet, behalve op de aangehaalde wetsbepalingen, op art. 411 van het Reglement op de Strafvordering voor de raden van justitie op Java enz.;

Rechtdoende,

Vernietigt het vonnis door de Rechtbank van Omgang te Malang op den ISen Rebruari 1891 tegen den beklaagde Mohamad Sarip gewezen ;

Verklaart die rechtbank onbevoegd om van de tegen den beklaagde ingebrachte beschuldiging kennis te nemen ;

Verwijst de zaak naar den bevoegden rechter, zijnde den Landraad te Malang;

Veroordeelt den Staat in alle kosten van het geding.

Zitting van 2 7 Mei 1891.

Voorzitter: als voren.

Aktt. 81, 82, 89, 240c en 374 Inl. Regl. — Verwijzing door eenen onbevoegde.

De stukken van voorloopig onderzoek, overeenkomstig art. 82 Inl. Regl. toegezonden zijnde aan den voorzitter van den landraad en door dezen laatste niet, op grond dat naar zijn oordeel het feit behoort tot de kennisneming van de rechtbank van omgang, de stukken aan den omgaanden rechter gezonden zijnde, dan is deze laatste onbevoegd de zaak naar de rechtbank van omgang te verwijzen, al is hij ook dezelfde persoon als de voorzitter van den landraad.