is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met verzoek om in dien zin de onder hetzelve staande Colleges, autoriteiten enz., die tot liet afnemen van eeden van trouw bevoegd zijn, te willen inlichten, zoomede om, ingeval meerbedoelde aanschrijving in anderen zin mocht zijn opgevat en toegepast, daarvan aan den Gouverneur-Generaal bericht te willen geven, onder vermelding van de personen, door wie de eed van trouw mocht zijn afgelegd aan „Hare Majesteit Koningin Wilkelmina" instede van aan „de Koningin."

Door mededeeling van het vorenstaande kwijt zich het Hoog-• Gerechtshof van het eerste gedeelte der aan hetzelve gedane opdracht, terwijl het, om aan het tweede gedeelte daarvan te kunnen voldoen, Uw College verzoekt, om te willen opgeven, of de meerbedoelde aanschrijving in dien anderen zin door Uw College werd opgevat en toegepast, casu quo, onder vermelding van de personen, door wie de eed van trouw mocht zijn afgelegd aan „Hare Majesteit Koningin "Wilhelmiua" in stede van aan „de Koningin."

Het Iloog-Gerechtshof van Ned.-Indië, (w. g.) J. Sibenius Trip.

Ter ordonnantie van het college:

Be griffier,

Aan (w. g.) P. Dijckmeester.

CIRCULAIRE.

VAN

NEDERLANDSCH-INDIE.

Derde Kamer.

No. 361/2936.

niJLiCE:

Een model staat.

HOOG-GERECHTSHOF B atavia, den len Juli 1891.

De ondervinding leert dat de kwartaalstaten van afgedane en aanhangig gebleven zaken, zooals zij thans naar aanleiding van 's Hofs Circulaires van 31 December 1868 en 21 Maart