is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE RAAD VAN JUSTITIE TE BATAVIA,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der daadzaken overnemende het exposé daarvan vervat in het op 6 Maart 1890 tusschen Lie Tjeng Haij, als appellant en de firma L. Platon, als geintimeerde, door het Hoog-Gerechtshof gewezen arrest, waarbij het tusschen die partijen door dezen raad op 22 November 1889 gewezen vonnis, waarvan appel, is vernietigd en de appellant, oorspronkelijk gedaagde, met toewijzing van zijn verzoek, is gemachtigd om de te Batavia gevestigde handelsvennootschap onder de firma Heineken & Co. binnen een termijn van zes weken na de dagteekening van dit arrest te dagvaarden ten einde op den eisch tot vrijwaring ter zake voorschreven te antwoorden en voort te procedeeren, met schorsing gedurende evengestelden termijn van de oorspronkelijke zaak tusschen eischeres en gedaagde en met reserve der kosten;

En wijders:

O. dat de gedaagde Lie Tjeng Haij dientengevolge, binnen den bij het arrest bepaalden termijn, bij exploit van 26 Maart 1890 de genoemde firma Heineken & Co. in vrijwaring heeft opgeroepen en daarbij heeft gesteld dat de eischer tot vrijwaring bij exploit van den buitengewoon deurwaarder A. W. Barends te Pandeglang namens de te Batavia gevestigde handelsvennootschap onder de firma L. Platon is gedagvaard voor den raad van justitie te Batavia en zulks ten einde te hooren eisch doen en concludeeren, gelijk ten dienenden dage is geëischt en geconcludeerd, dat het den raad moge behagen de grosse der acte op 24 Nouember 1887 onder no. 72 voor notaris .Tohannes Diedericus de Riemer, resideerende te Batavia, gepasseerd, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of voorziening, doch zonder borgtocht, ten behoeve der eischeres te verklaren uitvoerbaar bij lijfsdwang tegen den gedaagde voor een bedrag van ƒ 23722,06, alles met veroordeeling van de:i gedaagde in^ de kosten van het geding nader op te maken bij staat en te vereffenen ingevolge de wet;