is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bepaalt dat deze. zekerheid zal moeten worden aangeboden binnen acht dagen na het gedaan verzet of voorziening en binnen gelijken termijn betwist.;

Veroordeelt den gedaagde in de kosten;

En op het geding in vrijwaring,

Verwerpt de voorgestelde middelen van niet ontvankelijkheid ;

Passeert den eisch incidenteel subsidiair;

Wijst den eischer in vrijwaring zijne vordering toe;

Veroordeelt de gedaagde in vrijwaring 0111 den gedaagde in het principaal geding te vrijwaren van de bovengenoemde tegen hem uitgesproken veroordeeling en van de gevolgen daarvan;

Veroordeelt mitsdien de gedaagde in vrijwaring om den eischer in vrijwaring kost- en schadeloos te betalen het bedrag, waarvoor in het principaal geding tegen hem lijfsdwang is uitgesproken;

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande verzet of hoogere voorziening, doch onder borgtocht;

Bepaalt dat deze borgtocht zal moeten worden aangeboden binnen acht dagen 11a het gedaan verzet of voorziening en binnen gelijken termijn betwist;

Veroordeelt de gedaagde in vrijwaring tot vergoeding der proceskosten, waartoe de gedaagde in het principaal geding is Veroordeeld;

Veroordeelt haar tevens in de kosten van het geding in vrijwaring, daaronder begrepen die welke bij 's Hofs arrest van 6 Maart 1890 gereserveerd zijn.

De firma Heineken & Co., appellante, comp. bij den adv. en proe. Mr. Th. A. Ruijs, contra

le. Lie Tjeng Haij,

2e. De firma L. Platon,

geïntimeerden, comp. de eerste bij den adv. en proc. Mr. D. Fock en de tweede bij den adv. en proc. Mr. J. R. Voute.