is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de geïntimeerde, thans gerequireerde, in appel heeft betoogd, dat de evengemelde biief niet op zich zelf staat, maar een antwoord is op een blief van appellant aan haar en dat de woorden: „itoe onkost," waarop het aankomt, terugslaan op die onkosten, waarvan in appellants brief gewaagd is;

dat appellant, thans requirant, daarop bij procureursacte, de dato 4 December 1889 beteekend, heeft doen aanzeggen, dat hij geen copie van dien door hem aan geintiraeerde geschreven brief, welke in geintimeerdes handen is, heeft aangehouden, doch dat schrijven, volgens zijne herinnering, ongeveer luidde, zooals in die procureursacte is vermeld (speciaal aan het slot: „dan lagi darie saija poenja oewang blandja saban boelan/200 pegimana") en appellant de geintimeerde bij die procureursacte heeft doen sommeeren, om den in haar bezit zijnden brief, waarop zij zich beriep, over te leggen en de actis causae te maken; dat geintiraeerde in antwoord daarop bij procureursacte, de dato 7 December 1889 beteekend aan geintiraeerde, heeft doen aanzeggen, dat de schets, door de appellant van zijn brief gegeven, noch in de bewoordingen, noch in inhoud, noch in strekking gelijkt op het origineel, en verder dat zij weigert den brief over te leggen en zulks niet zoo zeer met het oog op dit proces, maar in verband met een ander geding door den appellant tegen de firma L. Platon aanhangig gemaakt;

dat, gelijk het Hof zich zal herinheren, de geintimeerde bij pleidooi nog heeft volgehouden, dat de schets niet met den in haar bezit zijnden brief overeenkwam, noch in bewoordingen, noch in inhoud, noch in strekking;

dat het Hof ten slotte bij het meergemelde arrest heeft overwogen, dat de appellant heeft geproduceerd den brief van geintimeerde en speciaal beroep heeft gedaan op de aan het slot van dien brief voorkomende woorden : „ija lagi dari itoe onkost setiap boelan ƒ 200, itoe soeda tetap, dan kita tiada nanti oendoerken lagi;" dat evenwel de uitdrukking: „itoe onkost" blijkbaar terugslaat op een brief van den eischer aan gedaagde en zonder dien brief, welke niet ten processe overgelegd is kunnen worden, onmogelijk bewijs kan opleveren voor eischers