is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelet enz. ;

Rechtdoende, Verklaart den eiscli niet ontvankelijk ; Veroordeelt de eischers in de kosten.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gehoord de appellanten;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der feiten,

Overnemende het resumé daarvan, vervat in het vonnis van den raad van justitie te Soerabaja dd. 15 October 1890 tusschen partijen gewezen, waarvan appel, waarbij de eisch, nadat te voren tegen den niet verschenen gedaagde verstek was verleend, is verklaard niet-ontvankelijk, en de eischers zijn veroordeeld in de kosten;

En wijders:

O. dat de succumbanten zich met dit vonnis bezwaard gevoelende, daarvan tempore utili zijn gekomen in liooger beroep en, nadat op hun verzoek tegen den niet verschenen geintimeerde verstek was verleend, met al de gevolgen van dien en met verwijzing van hem in de daardoor veroorzaakte kosten, bij conclusie van eisch in appel tegen het vonnis hebben aangevoerd:

dat zij daarbij niet ontvankelijk zijn verklaard met de door hen ingestelde vordering tot veroordeeling van den geintimeerde, ter zake in de dagvaarding omschreven, eener som van ƒ 1069,80, aan ieder hunner voor de helft, dus voor f 584,90, te voldoen, op grond dat zij, vermits de overeenkomst, waaruit wordt geageerd, de bepaling inhoudt, dat ieder hunner laatstgenoemd bedrag zal worden betaald, hun vorderingsrecht slechts ieder voor zich zeiven bij eene afzonderlijke actie voor dat bedrag kunnen geldend maken, doch het recht missen om, gelijk zij deden, den geintimeerde bij ééne actie tot betaling aan hen gesamenlijk eener som van ƒ 1069,80 aan te spreken;

dat deze meening des eersten rechters den appellanten onjuist voorkomt;