is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat immers aard, strekking en omvang eener actie, in het algemeen de actie, geheel wordt bepaald door het karakter der overeenkomst, waaraan zij wordt ontleend, terwijl men, om dit te leeren kennen, zich geenszins mag hechten aan eene enkele clausule der overeenkomst, doch de verschillende bepalingen in haar onderling verband moet beschouwen;

dat nu uit de overeenkomst, zooals die bij acte op den 31 sten Juli 1889 sub no. 35 voor notaris B. A. Barkeij verleden, is 1 geconstateerd en nader bij dagvaarding is gesteld, blijkt niet alleen, dat appellanten geenszins ieder voor zich zeiven, doch daarentegen wel gesamenlijk zich jegens den geintimeerde hebben verbonden tot het verrichten der overeengekomen praestatien, doch evenzeer dat geintimeerde zich jegens hen gesamenlijk en niet uitsluitend jegens ieder hunner individueel tot betaling van de hun door hem toegezegde belooning heeft verplicht en hun gesamenlijk eene actie tot opvordering dier belooning heeft toegekend ;

dat immers meer bepaaldelijk wat dit laatste betreft, tusschen partijen werd overeengekomen, dat appellanten (derhalve gesamenlijk en niet ieder hunner individueel), voor het geval geintimeerde de door hein op zich genomen verplichtingen niet mocht nakomen, gerechtigd zouden wezen zijne vorderingen op het Gouvernement van Nederlandsch-Indië te incasseeren en met hetgeen hun toekwam, te verrekenen;

dat uit deze clausule voldoende volgt, dat appellanten, bij gebreke van nakoming door geintimeerde zijner contractueele verpl.chtingen, gesamenlijk een vorderingsrecht voor het hun beiden competeerende werd toegekend;

dat hetgeen voor de appellanten bij een buitengerechtelijk optreden tegen den geintimeerde geldt, moet geacht worden evenzeer van toepassing te zijn voor het geval appellanten genoodzaakt zijn in rechten tot voldoening van het hun competeerende tegen geintimeerde te ageeren;

dat hiertegen niet obsteert, dat het contract evenzeer inhoudt, dat geintimeerde op zich nam aan ieder der appellanten als belooning te zullen afstaan minstens f 534,9t), wijl door deze