is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

clausule, zulks in verband met het hierboven uiteengezette, slechts de hoegrootheid van de aan ieder der appellanten individueel toekomende belooning, doch geenszins de aard van het vorderingsrecht, met andere woorden, de actie, waarmede zij hun aanspraken op die belooning moesten geldend maken, wordt aangeduid;

dat appellanten mitsdien terecht den geinlimeerde tot betaling eener som van f 1069.80, edoch zooals bij de dagvaarding pertinent geeischt, aan ieder hunner voor de liellt te voldoen, in rechten hebben opgeroepen;

dat al ware dit alles anders, dan nog de cumulatie van acties niet is eene verbodene, doch in casu allezins geoorloofd, vermits tusschen de beide tegen geintimeerde ingestelde actiën niet alleen niet de minste tegenstrijdigheid, doch daarentegen zelfs de meest denkbare overeenstemming en samenhang bestaat;

dat zij alsdan in casu zelfs in alle opzichten aanbevelenswaardig is te achten, daar zij voor ieder der litigeerende partijen eene aanmerkelijke besparing van kosten ten gevolge heeft;

en op die gronden hebben geconcludeerd, dat het den Hove moge behagen te ontvangen het appel, te niet te doen het vonnis op den löden October 1890 door den raad van justitie te Soerabaja tusschen partijen, na tegen den geintimeerde ver. leend verstek, gewezen, waarvan appel, en doende wat die rechtbank had belmoren te doen, alsnog aan de appellanten hun bij introductieve dagvaarding van den 12den September 1890 gedanen eisch en diensvolgens genomen conclusiën toe te wijzen, met veroordeeling van den geintimeerde in de kosten in beide instantiën gevallen, nader op te maken bij staat en te vereffenen in gevolge de wet; waarna door hen recht op de stukken is gevraagd;

O. dat daarop de nederlegging daarvan ter tafel gelast en de uitspraak is bepaald op heden;

Ten aanzien van het recht,

O. dat de gedane eisch door den eersten rechter bij voormeld vonnis ten onrechte niet ontvankelijk is verklaard, daar toch noch tusschen het geeischte bij de gecumuleerde vorde-