is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ringen noch tusschen de grondslagen, waarop die vorderingen steunen, zoodanige strijd bestaat, dat zij uit dien hoofde niet te zatnen zouden mogen worden ingesteld en integendeel de vereeniging der beide vorderingen allezins doelmatig was te achten, aangezien zij uit dezelfde rechtsbetrekking zijn ontstaan en dus met elkander verband houden, zoodat dat vonnis moet worden vernietigd;

O. verder dat de vordering, als niet onrechtmatig of ongegrond voorkomende, aan de oorspronkelijk eischers, thans appellanten, behoort te worden toegewezen ;

Gelet op de artt. 58, 78 eu 339 en vgg. van het Regl. op de B. Rv.;

Rechtdoende,

Ontvangt het appel;

Vernietigt het op den 15den October 1890 door den raad van justitie te Soerabaja tusschen partijen gewezen vonnis, waarvan appel;

En doende wat de eerste rechter had behooren te doen,

Verklaart de oorspronkelijk eischers, thans appellanten, alsnog ontvankelijk met hunnen bij introductieve dagvaarding van den 12den September 1890 gedanen eisch;

Wijst hun dien eisch toe;

Veroordeelt mitsdien den oorspronkelijk gedaagde, thans geintiraeerde, om aan hen en wel aan ieder hunner voor de helft, tegen behoorlijke kwijting, te betalen de som van f 1069.80 met de wettelijke interessen van den dag der dagvaarding af tot dien der'geheele voldoening;

Veroordeelt hem nog in de kosten van de beide instantiën;

Verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande verzet.

HOOG ER BEROEP.

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE, (Eerste Kamer).