is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handen der Compagnie vielen, zij door „vreemdelingen" meer of min werden bevolkt, die „geene andere rechten hadden als „die, welke zij, na de vestiging der Nederlanders in de veroverde „landen, aan het Nederlandsche Gouvernement ontleenden" — bl, 9 of 209 naarmate den afdruk van dat Rapport, dat gebruikt wordt.

Sterker dan het voorgaande is echter de stelling van Mr. van den Berg dat, bij den verkoop der landen aan particulieren, de Compagnie, en ook onder Daendels, de bezitsrechten der opgezetenen werden gewaarborgd : (1)

lo. hadden die opgezetenen bij den verkoop der landen geen bezitsrechten, gelijk hiervoor is aangetoond ; en

2o. wordt in hetzelfde Rapport van 15 Februari 1835 ook uitdrukkelijk verklaard : dat „de landerijen door de Oost„Indische Compagnie en het voormalig Hollandsch Gouvernement „— dus ook onder Daendels — eerst voor eenige derzelve met „zekere restrictiën en na het jaar 174.6 (2) geheel en al „onvoorwaardelijk uitgegeven of verkocht" zijn — bl. 10 of 210 van Rapp. v. 15 Febr. 1835.—Terwijl dan nog volgens dat Rapport: de landen onder Daendels in het Bataviasche vervreemd, moeten „geacht worden ten aanzien der wederzijdsche rechten en „verplichtingen der eigenaren en opgezetenen geene de minste

(1) Zie noot, waarin Mr. van den Berg de voorstelling ten deze van Mr. Pennink „ eer juist" noemt — bl. 18/21.

(•2) Vóór 1746 bestond er echter ook of werd er ook niet gemaakt noch ingetrokken eene bepaling den inlander bezitsrecht op grond toekennende. — Rapporteurs doelden op het Besluit van 8 November 1746 — er bestaat geen ander van dat jaar, dat bijgebracht zou hebben kunnen worden. — Zie voor dit Besluit mijn werk over de part. landen van W.-Java, nagaande volgens bl. 9 van den Klapper' op dien arbeid.

fn dat rapport leest men op bl. 39 of 239, dan ook: „de primi„tievelijk door de Compagnie uitgegeven landen, behalve de op eenige „der selve rustende lasten van geforceerde leverancien en het doen „van eenige heerendiensten, voor het overige geheel en al onvoor„waardelijk bezeten zijnde, immers voor zooverre daarvan op dit „oogenblik de conditiën bekend zijn", en nu volgt er een aanval op de handelingen der landeigenaren tegenover de opgezetenen hunner landen op dien onvoorwaardelijken overgang steunende.