is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk niet mogten afrouselen of eugageeren. Dit is met diezelfde woorden te lezen in gezegd zoo belangrijk Rapport van 15 Februari 1835 op bl. 74 of 274.

De lezing daarvan zou eene dwaling, als rakende de beteekenis van het woord uti possidetis gebeurd is, onmogelijk hebben gemaakt. Trouwens de boven ten deze uil het verzoek van 10 Augustus 1745 teruggegeven woorden op zich zelve zijn reeds duidelijk genoeg om eene verkeerde opvatting, als de hier bestredene, onmogelijk te maken.

Dat verkeerde gebruik van de in 1745 voor Buitenzorg gebezigde uitdrukking uti possidetis laat ook Mr. van den Berg voorstaan, dat al de particuliere landen onder een uitdrukkelijk gesteld grondbezitsrecht voor den inlander vervreemd zijn !

Hij noemt zeer ten onrechte „vervreemd" van de Compagnie (1) hetgeen in leen werd gegeven, t. w. de bezitting in officio Buitenzorg aan van Imhoff in 1745. Het landgoed bleef eigendom van de Compagnie, en vervreemd is Buitenzorg eerst, na toestemming uit Nederland, krachtens het Ind. Besluit van 7 Juni 1751 en het den koopbrief of eigendomsbrief toezeggend besluit van 24 Augustus 17 51, nadat de koopschat voor Buitenzorg te geven voldaan was. Die vervreemding en de afgifte van dien eigendomsbrief van 7 September 1751, is als voor het eerst afgegeven, opgemaakt door de Indische Hooge Regeering zelve, en dit geschiedde niet aan van Imhoff, maar aan Mossel, nog wel uitdrukkelijk op den voet als andere landen door de Compagnie altoos aan particulieren vervreemd waren, (2) en bij

(1) Bij besluit van 10 Augustus 1745 werd vastgesteld ;/de afgave", »ter dispositie", onder de conditiën in ImhofFs verzoek van dien zelfden datum gesteld, en dus als bezitting «in officio" voor hem en zijne opvolgers in zijn ambt, „onder de clausule van non alienando" en dit geschiedde als gift of zonder betaling van iets aan de Compagnie voor het bezit; zooals trouwens bij al de in officio bezeten landen natuurlijk plaats greep.

(2; Alleen zou de eigenaar van Buitenzorg ook de padie tegen betaling moeten leveren. Mocht de Landvoogd geen handelaar in iets, zelfs niet in eigen padie wezen? Hij kreeg bovendien daarvoor een mooijen prijs volgens besl. v. 8 Nov. 1746.