is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat daarbij als eenig middel is gesteld: verkeerde toepassing dan wel schending van art. 2 22 Inlandsch Reglement, en daardoor schending van art. 75 van het Regeerings-Reglement, doordat de eerste rechter beslist heeft, dat volgens liet Inl. Regl. elke veroordeeling tot liet verrichten eener daad, bij onwil van den veroordeelde, om die daad te verrichten, zich oplost in de betaling der waarde, waarop de winnende partij het verrichten dier daad door den landraad laat waardeeren;

O. dat de grief van den requirant van cassatie hierop neerkomt, dat door den rechter a quo ten onrechte ontkennend is beantwoord de vraag, of eene veroordeeling tot ontruiming door gedaagde en ter vrije beschikkingstelling van den eischer van een sawah gepaard mocht gaan met een last op den sterken arm om het vonnis ten uitvoer te leggen, immers voor het geval daaraan niet vrijwillig mocht worden voldaan ;

O. dat de beslissing van den eersten rechter op deze vraag in der daad is gegrond op art 222 van het Inlandsch Reglement;

O. dat echter dit artikel, hetwelk blijkbaar aan het Staatsblad van 1824 no. 21 juncto art. 265 van het Provisioneele Reglement op de manier van procedeeren in civiele zaken (Staatsblad 1819 no. 20) is ontleend, zonder twijfel, evenals die bepalingen zeiven, alleen betrekking heeft op veroordeelingen tot het verrichten van daden, waartoe inen feitelijk niet kan worden gedwongen ;

O. dat de ontruiming van een onroerend goed daartoe niet behoort, aangezien het toch alleszins mogelijk is den veroordeelde feitelijk tot ontruiming te noodzaken;

O. dat vermits dus de landraad in casu het aangehaald art. 222 verkeerd heeft toegepast, het vonnis van die rechtbank, voorzoover daartegen cassatie is aangeteekend, zal behooren te worden vernietigd;

O. alsnn ten aanzien van de hoofdzaak, waarin het Hof naar luid van art. 426 juncto 43 2 van bet Regl. op de Burgerlijke Rechtsvordering zelf zal hebben te beslissen, dat in het Inlandsch Reglement geen voorschrift wordt gevonden voor het geval iemand krachtens rechterlijk vonnis in het bezit of