is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gedagteekend den 21sten April 189 1, daartoe strekkende, dat liet Hoog-Gerechtshof, met verbetering van liet vonnis, den beklaagde zal schuldig verklaren aan : „bet bij geschrifte inbrengen eener lasterlijke aanklacht tegen een persoon bij een ambtenaar van de administratieve policie en overigens het vonnis inoge bekrachtigen ;

Gehoord liet rapport van den raadsheer Mr. J. F. Pliitzinger;

O. dat de beklaagde, op de wijze door de wet voorgeschreven en binnen den termijn bij deze gesteld, verklaard heeft van dit vonnis revisie te verlangen ;

O. dat de schuld van den beklaagde aan liet hem teil laste gelegde met wettig is bewezen ;

O. toch, dat de beklaagde is beschuldigd van het misdrijf van lasterlijke aanklacht bij geschrifte;

O. dat tot het bestaan van dit misdrijf wordt vereiseht dat de ingediende aanklacht onwaar-zij, dat derhalve het wettig bewijs hiervan tegen den beklaagde behoort te worden geleverd;

O. dat dit bewijs alleen kan voortvloeien uit de beslissing te dien opzichte genomen door de staatsmacht, bevoegd daarover uitspraak te doen, derhalve, waar het eene aanklacht geldt wegens misdrijf, door den rechter, bevoegd over dat misdrijf te oordeelen, zijnde in het onderhavig geval, waar de aanklacht eene beschuldiging inhoudt van knevelarij door eenen loerah gepleegd, ingevolge art. 105 3e van liet Reglement op de Rechterlijke Organisatie, de betrokken rechtbank van omgang;

O. dat de beslissing op dit punt alzoo een prarjudicieele questie vormt, van welker uitslag de landraad zijne uitspraak ten principale nopens de schuld van den beklaagde aan het hem ten la^e gelegde had behooren afhankelijk te stellen;

O. dat de landraad dit echter niet heeft gedaan, maar zich zelf in een onderzoek naar de waarheid of onwaarheid der aanklacht heeft begeven ;

dat dit college daartoe echter volstrekt geene bevoegdheid bezat; organiek niet omdat het een ondeizoek gold naar een misdrijf, ingevolge de aangehaalde wetsbepaling behoorende tot de competentie van de rechtbank van omgang, en ook overigens