is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nitt, omdat de landraad van een gerechtelijk onderzoek naar het misdrijf den bedoelden loerah ten laste gelegd niet naar de wet was gesaisisseerd ;

O. dat nu zulk een onderzoek door eene daartoe onbevoegde autoriteit gehouden, als niet op de wet berustende, geene rechtsgevolgen kan medebrengen; dat daaruit mitsdien het bewijs van het onware der aanklacht niet rechtens kan voortvloeien ;

O. dat alzoo ten processe het wettig bewijs d< r schuld van den beklaagde aan het hem ten laste gelegde niet is geleverd en hij dus van de tegen hem ingebrachte beschuldiging behoort te worden vrijgesproken;

Gezien enz.;

Rechtdoende,

Doet te niet het tegen den beklaagde gewezen vonnis hierboven omschreven;

Verklaart zijne schuld aan het hem ten laste gelegde niet bewezen;

Spreekt hem vrij van de tegen hem uitgebrachte beschuldiging;

Beveelt dat hij onmiddellijk op vrije voeten zal worden gesteld, ten ware hij uit anderen hoofde in verzekerde bewaring zoude behooren te blijven ;

De kosten van het rechtsgeding te dragen door den Staat.

Zitting van 3 Juli 1891.

Voorzitter: als voren.

Veranderde samenstelling der rechtbank. — Esskntiëelb

nietigheid. art. 88 lt. r.

. Na verdaging der terechtzitting de rechtbank uit andtre leden samengesteld zijnde dan bij den aanvang van de behandeling der zaal1-, kan niet volstaan worden met de voorlezing van het proces verbaal der eerste terechtzitting, om daarna met de behandeling der zaak voort te gaan, doch moet het onderzoek op nieuw begonnen worden.