is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

putten, voorkomende alleen in het geval, dat de militair, wiens zaak hij te berechten heeft, een commun delict gepleegd heeft te zamen met andere personen, welke terechtstaan voor den burgerlijken rechter dan wel in dat delict zijn betrokken;

dat hieruit volgt, dat vermits nu de militaire rechter onbevoegd is om uit, te maken of te bepalen, of er voldoende termen ter vervolging van een burger persoon bestaan, die naar zijne meening in het delict door dien militair gepleegd betrokken is, deze zich, op grond van meermeld art. 14, eerst dan zal kunnen onbevoegd verklaren, indien zoodanig persoon reeds verdacht wordt en de bevoegde autoriteit zich diens zaak heeft aangetrokken ;

dat hiervan onderwerpelijk niets blijkt en derhalve het geval, waarin het zooeven genoemd art. 14 van toepassing zoude zijn, niet blijkt aanwezig te zijn, zoodat de Krijgsraad zich ten onrechte onbevoegd verklaard heeft om van de zaak van den beklaagde kennis te nemen;

O. dat mitsdien, met vernietiging van het vonnis van den Krijgsraad, de zaak weder naar den eersten rechter moet worden verwezen, met bevel om alsnog op de hoofdzaak recht te doen;

Gelet op art. 50 van 's Hofs Provisioneele Instructie;

Rechtdoende,

Tn Naam en van wege den Koning!

Vernietigt het vonnis van den Krijgsraad te Kota-Radja op den llden April 1891 gewezen;

Verwijst de zaak weder aan den Krijgsraad voornoemd;

Beveelt dien rechter om alsnog op de hoofdzaak recht te doen;

Verstaat, dat de kosten op deze vernietiging gevallen zullen komen ten laste van den Lande.