is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BURGERLIJKE ZAKEN.

HOOGER BEROEP.

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE, (Eerste Kamer).

Zitting van 29 Octoler 1891.

Voorzitter: Me. J. Sibenius Trip.

Ontzegging op niet ontvankelijkheid. — Artt. 835, 311 en 785 B. W. —Gewijsde zaak.— Art. 1917 B. W.

De verwering dat eischer berust heeft in de onrechtmatige handelingen, ter zake waarvan hij schadevergoeding eischt, Jcan wil de ontzegging, maar niet de niet ontvankelijkheid der vordering ten gevolge heihen.

Men is niet bezwaard, met de verwerping door den rechter van ein niet gesteld positum.

Ook de vader voogd moet zekerheid stellen. — Art. 785 al. 2 B. W. maakt hierop geene uitzondering.

L. C. Jansen, appellant, comp. bij de adv. en proc.

Mr. P. Maelaine Pont, contra

do Wees- en Boedelkamer te Soerabaja, geintimeerde, comp. bij den adv. en proc. Mr. J. Schoutendorp.