is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Raadkamer van 2 September 1891.

Voorzitter: Mr. W. C. Berkhout , Wd. President.

Art. 81 al. 2 Keg. Burg. St. — Ontbreken' eener

acte aan de registers.

Wanneer liet aanzoek, bedoeld bij art. 81 al. 2 Regl. Burg. St., niet lieeft plaats gehad en de acte van overlijden niet door den ambtenaar van den burgerlijken stand is opgemaakt, dan ontbreekt in den zin der wet die acte niet aan de registers.

DE RAAD VAN JUSTITIE TE BATAVIA,

Gelezen het request van den officier van justitie bij dezen Raad de dato 25 Augustus 1891 La. Cv/1964, daartoe strekkende, dat de raad den ambtenaar van den burgerlijken stand te Indramaijoe (Cheribon) moge machtigen om in het loopende register van den burgerlijken stand tot inschrijving der acten van overlijden in te schrijven, dat op 14 November 1890, des namiddags te 3 ure, ter reede van Indramaijoe, aan boord van het stoomschip Koningin Emma, is overleden C. N. S., van beroep bootsman op gemeld stoomschip, laatst gewoond hebbende te Amsterdam ;

Nog gelezen de daarbij overgelegde bescheiden;

O. dat art. 81 2e lid van Staatsblad 1849 no. 25 voorschrijft, dat de plaatselijke ambtenaren van den burgerlijken stand verplicht zijn om, daartoe aangezocht wordende, ook de aangiften te ontvangen en acten op te maken van sterfgevallen aan boord van andere dan Nederlandsch-Indische schepen voorvallende, terwijl deze in eene haven of op eene reede van NederlandschIndië liggen;

O. dat mitsdien dit artikel de bevoegdheid geeft, niet de verplichting oplegt, om van zoodanig sterfgeval aangifte te doen aan den plaatselijken ambtenaar van den burgerlijken stand, maar