is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHIKKINGEN.

Voorzitter van den Landraad te Tjiiatjap: Mr. P. Lugt Beschikking van 17 Juli 1891.

HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANDSCH IN DIE, (Derde Kamer).

Zitting van 7 Augustus 1891.

Voorzitter: Mr. M C. Piepers.

Art . 298 Str. Inl. — Art . 240e al . 2 en 240/ al . 2 Inl. Regl.

Diefstal, gepleegd ten nadeele van den stiefvader der vrouw Van den dader, valt niet in de exceptie van art 298 Str. Inl.

DE PRESIDENT VAN DEN LANDRAAD TE TJILATJAP,

Gezien de processtukken, uitmakende het voorloopig onderzoek, gevoerd tegen den beklaagde Najawikrama, oud naar gissing 30 jaren, geboren en laatstelijk woonachtig in de dessa Maas kidoel, district Adiredjo, afdeeling Tjiiatjap, residentie Banjo mas, van beroep koelie, zich thans in voorloopige hechtenis bevindende;

O. dat de uit bedoeld onderzoek gerezen bezwaren, als zoude de beklaagde, in den nacht vóór Maandag 15 Juni 1891, uit de rijstschuur van Najawidjaja, staande met het door dezen bewoonde huis op hetzelfde geheel omheinde erf in de dessa Maas kidoel, afdeeling Tjiiatjap, arglistig hebben weggenomen en zich toegeeigend 11 bossen padi, waard f 3,67, toebehoorende aan voormelden persoon,