is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en art. 6 der E. O. aan de Balineesclie rechters zijn onttrokken en voor den door het Gonvernement in gestelden rechter (in casu den raad van justitie) terechtstaan, onderworpen aan de voor alle andere inlanders aldaar vigeerende wettelijke bepalingen, alzoo aan het Strafwetboek voor Inlanders 380

EEVISIE.

(Debde Kameb).

Cumulatie van verzwarende omstandigheden in de kwalificatie van een misdrijf.

In de kwalificatie van een misdrijf mogen niet meer verzwarende omstandigheden opgenomen worden dan noodig zijn tot vorming van het bij de wet aangegeven misdrijf. Die meerdere verzwarende omstandigheden kunnen alleen invloed uitoefenen op het quantum van de straf. 261

Vrijspraak. — Bedekt ontslag van rechtsvervolging. — Bankbreuk. — Opiumpachter koopman. — Art. 282 Sv. — Revisie.

Wanneer de rechter heeft beslist dat, op grond van de daarvoor aangevoerde motieven, de den beklaagde ten laste gelegde feiten niet zijn bewezen en bij daarvan wordt vrijgesproken, dan bevat die vrijspraak geen bedekt ontslag van rechtsvervolging, al is bij datzelfde vonnis, als resultaat van oenige beschouwingen daaromtrent, uitgemaakt dat het hoofdelement van het ten laste gelegde misdrijf (bankbreuk), dat de beklaagde koopman was, niet aanwezig was, niettegenstaande bij het arrest van terechstelling door het Hoog-Gerechtshof was beslist, dat beklaagde als opiumpachter wel koopman was

Tegen een zoodanig vonnis is het beroep in revisie niet ontvankelijk ' 387

Art. 421 Inl. Regl. — Staatsblad 1891 no. 188.

Een rechterlijk bevelschrift in strafzaktn, uitgevaardigd na de inwerkingtreding van Staatsblad 1891 no. 188, aan het hoofd voerende de woorden. „In naam des Konings", is niet uitvoerbaar. 392 (EEESTE AANLEG).

LANDRAAD TE KRAKSAAN.

Valschheid in authentieke geschriften. — Bevoegdheden van een dessahoofd en een djoeroetoelis wedono.

Het als ambteloos burger vervaardigen van acten en daarbij namaken van de handteekening'en van een dessahoofd en een