is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 Maart 1815 dienst doen om te doen zien, dat deze hooge rechter in een soortgelijk geval één feit dan wel één facturn continunm 1) zag en dus 's Hofs arrest steun vindt in vroegere uitspraken. Ik zeg „wellicht", omdat het mij niet is mogen gelukken het no. van het Nederlandsch Weekbl. van het Recht, waarin het arrest van den H. R. is opgenomen, machtig te worden en mij dus moet behelpen met de verkorte mededeeling in Leon, uitg. Teixeira de Mattos, pag. 376 en in allen gevalle verstoken ben van de uitspraak in eerste instantie, die ik zelfs in de bekende „Aant. van Gremers" niet gevonden heb. Iemand was gedagvaard ter zake van laster en hoon (twee intusschen zeer scherp afgescheiden begrippen; tusschen het vaststellen of eene imputatie een feit is, dat hem, dien het betreft, blootstelt aan de verachting zijner medeburgers dan wel eene ondeugd, kan zelden misvatting bestaan) één bepaald persoon in een zeker aantal nummers van één dagblad aangedaan.

Beklaagde was nu alleen door den rechter ter zake van laster veroordeeld, terwijl omtrent de tenlastelegging van hoon niets werd uitgemaakt, mitsdien te dier zake noch veroordeeld noch vrijgesproken werd. De H. R. achtte den judex facti volkomen bevoegd de door hem gekozen qualificatie aan het feit te geven en vond geen enkel wetsartikel geschonden. Het komt mij voor dat de eerste rechter in alles slechts een factura continuüm had gezien en daarvoor de qualificatie laster had genomen. Zeer zeker is dit juister dan de beslissing van den raad van justitie te Batavia, die aan één feit twee qualificaties gaf.

Dat men in zake Weijergang niet van eene voortgezette handeling, door mij samenhangende handeling genoemd, mag spreken, resulteert uit mijne uiteenzetting omtrent het aantal strafbare handelingen, vijf of zes natuurlijke handelingseenheden. Maar mag hier dan van één voortgezet misdrijf de rede zijn? Er zijn 5 a 6 afzonderlijke strafbare handelingen gepleegd, mogen deze nu door hunne samenkoppeling tot ééne grootere

1) Niet te verwarren met het voortgezet misdrijf (delictnm continuüm), dat in het Ned. strafwb. als voortgezette handeling wordt genoemd.