is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gustus 1824 110. 103 voor notaris Klaas Heijnis te Batavia verleden, zijne zes toenmaals adoptief kinderen A. A , B. B., C. C., E. E., E. F. en gedaagde met en benevens het kind of de kinderen, die de testateur nog nader zou komen te adopteeren, ieder voor een gelijk gedeelte heeft benoemd tot zijne .erfgenamen, echter onder deze conditie, dat zijne gezamenlijke erfgenamen de landen W. W. en X. X., gelegen in de afdeeling . . . bij de verponding geregisteerd onder nummer 24 en 60, zouden bezitten onder den band van fideicommis;

dat te dien aanzien de navolgende beschikking in voormeld testament te lezen staat: ,,'t land W. W. in deszelfs geheele uitgestrektheid met en benevens zoodanig gedeelte van 'tZEd. mede volgens betuiging in eigendom toebehoorende land X. X., als westelijk van de slokkan gelegen is, en dus met W. W. een geheel kan uitmaken, met den inventaris van dien, waaronder evenwel lijfeigenen, als waaromtrent de heer Testateur verklaarde nu of te in der tijd andere dispositiën te willen nemen, niet zullen of te moeten begrepen worden, worde gebracht onder fideicommissair verband ten faveure zijner reeds gemelde en in dezen als erfgenamen genomineerde en geconstitueerde zes of te meerder of te minder geadopteerde kinderen op den voet en wijze als omtrent de generale erfstelling is bepaald geworden en zulks tot in den derden graad van wettige descendenten;

dat sedert dat testament door den testateur nog geadopteerd is als zijn kind U.;

dat dat testament op 12 Januari 1827 door den dood van den erflater is bekrachtigd en sedert voormelde landen in dier voege als in 't testament beschreven, door zijne erfgenamen fideicommissair bezeten zijn;

dat de beginselen, waarnaar de belasting over dat fideicommis moet worden geheven, dezelfde zijn als boven ten opzichte van 't andere fideicommis W. c. a. reeds is uiteengezet;

dat gedaagde is de adoptief dochter van den insteller en als zoodanig tijdens de tegenwoordige Ordonnantie op het recht van successie en overgang, Staatsblad 1836 no. 17, reeds een