is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zevende van die landen fideicommissair bezat, doch aangezien van dit aandeel na dat tijdstip nog geen overgang heeft plaats gehad, ter zake daarvan de tienjarige belasting natuurlijk nog niet verschuldigd is geworden;

I. dat evenwel op 12 April 1837 overleden is gedaagdes adoptief broeder U. zonder nalating van descendenten, zoodat zijn Yr aandeel overging op de 6 overige staken en dus op gedaagde voor 1 / i2 ste gedeelte;

dat de waarde van de met fideicommis bezwaarde landen bij het overlijden van den insteller, alzoo op 12 Januari 1827, bedroeg respectievelijk ƒ 25000 en f 30000 of ƒ 55000, zoodat voornoemd 1/42ste gedeelte eene waarde vertegenwoordigde van f 1309.52 5 ;

dat dit was de eerste overgang na de invoering der Ordonnantie van Staatsblad 1836 no. 17, zoodat op 12 April 1837 daarop voor het eerst de tienjarige belasting, bedoeld bij art. 11 dier Ordonnantie, verschuldigd werd en gedaagde, als zijnde den insteller niet verwant, derhalve sinds 1 Januari 1875, dus op 12 April 1877 en 12 April 1887, telkens 5% verschuldigd werd of in het geheel / 130.95;

K. dat op 2 Juli 1837 overleed gedaagdes adoptief zuster A. A. zonder nalating van descendenten, die dus, behalve hetgeen zij van haren zooeven sub I reeds genoemden broeder door aanwas gekregen had, uit eigen hoofde naliet haar 1 /7de oorspronkelijk aandeel, J t welk nu verviel op de vijf overige staken en dus door 1/35ste of ter waarde van f 1571.43, op gedaagde;

dat op dezelfde gronden als sub I, gedaagde op 2 Juli 1877 en 2 Juli 1887 telkens daarover aan belasting had behooren te betalen 5%, makende een totaal bedrag van f 157.14;

L. dat enz. ;

dat op bovenstaande gronden, krachtens artt. 11 en 26 van Staatsblad 1«36 no. 17, van gedaagde ook nog door eischeres kunnen worden gevorderd de navolgende bedragen op de hierna te vermelden tijdstippen verschuldigd geworden: