is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hart .heeft aangenomen, doch dat gedaagde, niettegenstande sommatie, in gebreke is gebleven aan zijne verplichting, uit de verbintenis voortvloeiende, te voldoen, hebbende de e : scher, op grond van een en ander gevorderd de veroordeeling van den gedaagde om aan eischer te vergoeden alle kosten, schaden en interessen ter zake voorschreven door hem reeds gehad en geleden of nog te hebben en te lijden en hein tevens te verwijzen in de kosten van het geding;

O. dat gedaagde, thans appellant, de gestelde posita heeft weersproken en bovendien tot zijne verdediging heeft aangevoerd, dat de vordering in elk geval niet kan worden toegewezen, omdat zij tot grondslag heeft eene niet bij notariëele akte gedane en dus nietige overeenkomst van schenking;

O. dat de eerste rechter dit laatste middel van verweer niet heeft aangenomen, edoch ten onrechte;

O. toch dat de inhoud der dagvaarding op ondubbelzinnige wijze aantoont, dat eischer, thans geïntimeerde, ageert uit eene beweerde overeenkomst van schenking, dat nu volgens art. 1682 van het Burgerlijk Wetboek schenkingen, met uitzondering van de bij art. 1687 van hetzelfde Wetboek bedoelde giften van hand tot hand en van schuldvorderingen aan toonder, op straffe van nietigheid, niet anders kunnen worden gedaan dan bij eene notariëele akte, waarvan de minuut ouder den notaris is verbleven; dat het bestaan van zoodanige akte in dit geding zelfs niet is beweerd;

dat de geposeerde schenking dus in elk geval als nietig moet worden aangemerkt, weshalve ook de daarop steunende vordering nimmer voor toewijzing vatbaar kan zijn;

O. dat geintimeerde bij zijne in eersten aanleg gediende conclusie van eisch incidenteel heeft trachten te betoogen, dat in casu aan geene schenking kan worden gedacht, doch dat de daarvoor aangevoerde gronden, naar het oordeel van den hoogeren rechter, niet tot die slotsom leiden;

O. dat geintimeerde vooreerst heeft in het midden gebracht, dat er tusschen partijen nimmer sprake is geweest van eene schenking, .dat appellant zich eenvoudig heeft verbonden om eene