is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minking aan den militairen dienst te onttrekken, zijn geweer, met een kogel geladen, op zijn rechter hand heeft, afgeschoten, welk lichaamsdeel door dien kogel doorboord werd;

O. dat de krijgsraad, zonder in een onderzoek te treden, of die feiten bewezen waren, hetgeen onderwerpelijk noodig was, vermits de beklaagde het opzettelijke zijner handeling ontkennende, beweert, dat de verwonding buiten zijn toedoen ontstaan is, daar het schot ten gevolge eener hem onbekende oorzaak is losgebrand en zijne hand heeft getroffen en, indien het opzet niet bewezen is (welke zienswijze door den A.uditeur Militair in zijn voordracht tot vrijspraak wordt aangehangen), er noch van misdrijf noch van overtreding van het Reglement van krijgstucht sprake kan zijn, zich onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van de tegen den beklaagde ingebrachte klacht, met verwijzing der zaak naar den bevoegden disciplinairen rechter, op grond, dat het zich moedwilig verwonden, ten einde zich aan den militairen dienst te onttrekken, nergens is strafbaar gesteld; dat dit feit, ofschoon de beklaagde door die handeling den kogel, die hem ter hand was gesteld om er een bepaald gebruik van te maken, opzettelijk weerloos heeft gemaakt, daarom toch niet gebracht kan worden onder het misdrijf van misbruik van vertrouwen, strafbaar gesteld bij art. 330 van het Wetboek van Strafrecht voor Europeanen, doch dat het eerder moet beschouwd worden als een vergrijp, waarop bij het Reglement van krijgstucht of discipline voor het krijgsvolk te lande eene disciplinaire straf is gesteld;

O. dat, afgescheiden daarvan, dat van deze aangehaalde gronden de eerste en laatste met elkaar in strijd zijn, daar namelijk eerst gezegd wordt, dat het feit nergens strafbaar is gesteld, doch later, dat het met eene disciplinaire straf bij het Reglement van krijgstucht voor het krijgsvolk te lande zoude zijn bedreigd, de krijgsraad in gebreke is gebleven aan te toonen en vast te stellen, welke de bepaling is, die in dit reglement wordt aangetroffen, waaronder de geïncrimineerde handeling als strafbaar zoude vallen, zoodat de onbevoegdverklariug en verwijzing niet voldoende is gemotiveerd en dientengevolge