is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewezen door bekentenis en getuigenverklaringen, de artt. 138, 166 en 178 Inl. Regl. niet geschonden.

Alleen tegen het eindvonnis cassatie aangeteekend zijnde, mag de rechter geen kennis nemen van een tegen een voorafgaand interlocutoir vonnis aangevoerd middel. (1)

Liem Tjoe Tjiong, requirant van cassatie, contra

Soero, gerequireerde in voorschreven cas.

HET HOOG-GERECHTSHOE VAN NEDERLANÜSCH-INDIE,

Gelezen het' vonnis van den landraad te Magelang dd. 12 September 1891 tusschen partijen gewezen, waarbij aan den eischer, thans requirant van cassatie, zijne vordering tegen den gedaagde, thans gerequireerde van cassatie, is ontzegd en hij veroordeeld is in de kosten van het rechtsgeding, begroot tot op dat tijdstip op ƒ 7 ;

Gezien het afschrift der acte, waaruit blijkt dat de eischer op den 25sten September d. a. v. van dit vonnis cassatie heeft aangeteekend, zijnde hiervan bij deurwaarders exploit van den 2den October d. a. v. aan de wederpartij kennis gegeven;

Gelezen de, namens den Procureur-Generraal door den Advocaat-Generaal Mr. C. L. Brevet ingediende conclusie van cassatie, gedagteekend 19 December 1891, daartoe strekkende, dat het Hoog-Gerechtshof, met vernietiging van het vonnis, waarvan cassatie, de zaak naar genoemden landraad zal terugwijzen, ten einde, met inachtneming van 's Hofs arrest, deze op nieuw te behandelen en te beslissen, met veroordeeling van den gerequireerde in de kosten;

Gezien de stukken ;

O. dat de requirant eene memorie van cassatie heeft ingediend, welke aan de wederpartij is beteekend, en waarbij als middel van cassatie is voorgesteld:

(1) Zie ook het arrest in Deel LV pag. 384 sqq. van dit Tijdschrift. LYIII. 14