is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BURGERLIJKE ZAKEN.

HOOGER BEROEP.

HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

(Eerste Kamer).

Zitting van 17 Maart 1892.

Voorzitter: Mr . J. Sibenius Trip.

Vermoedens. — Litisdecisoire eed.

Een eed, waarin als vaststaande worden aangenomen feiten, die niet erkend en niet bewezen zijn, is niet litisdecisoir.

Oeij Kaij Ho, appellant, comp. bij den adv. en proc. Mr. R. T. Mees, contra

Lim Ke Sing, geintimeerde, comp. bij den adv. en proc. Mr. J. R. Voute.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEÜEREANDSGH-INDIE,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der feiten,

Overnemende het exposé daarvan, vervat in liet tussehen partijen gewezen incidenteel arrest van het Hoog Gerechtshof dd. 28 Mei 1891, waarbij is ontvangen het appel, ingesteld tegen het tussehen partijen gewezen vonnis van den raad van justitie te Batavia van 29 Augustus 1890, dit vonnis is vernietigd, na verwerping van de in eersten aanleg toegewezen exceptie, de LVIII. 15