is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat een ieder over liet hare disponeerde en de vrouw toegelaten werd haar persoon in rechten of daar buiten te representeeren;

dat blijkens art. 2 der aangehaalde Ordonnantie van Staatsblad 1855 no. 79 uitdrukkelijk is bepaald, dat door de voltrekking des huwelijks van rechtswege 'geene gemeenschap van goederen tusschen den Vreemden Oosterling en zijne echtgenoote bestaat, doch de vrouw al de haar toebehoorende roerende en onroerende zaken behoudt en ook 'de winsten staande het huwelijk aangekomen uit hare eigene zaken of eigenen handel bekomt; en

dat bovendien de toevlucht tot het Chineesch recht in China voor de onderwerpelijke quaestie doelloos zou zijn, daar immers dat recht, volgens hetwelk de getrouwde vrouw geheel en al afhankelijk is van den wil van den man en dus hoegenaamd niets te zeggen heeft en niets bezit, natuurlijk geene voorschriften inhoudt omtrent het recht van de vrouw op beheer en beschikking over goederen;

O. dat volgens genoemd art. 2 der Ordonnantie van toepasselijk-verklaring der Europeesche wetgeving op de Vreemde Oosterlingen, Staatsblad 1855 no. 79, aan de Chineesche getrouwde vrouw vermogensrecht is toegekend en zij daardoor inderdaad in eenen veel gunstigeren toestand verkeert dan de getrouwde vrouw in China, terwijl zij circa een en een kwart eeuw vroeger, blijkens de Generale Resolutie van 23 Mei 1766, zelfs rechten moet bezeten hebben, welke haar schier aan den man gelijk stelden, daar zij toch werd toegelaten „haar persoon in rechten of daar buiten te representeeren";

O. dat er dus wel veel pleit voor de bewering van geappelleerde, terwijl de argumenten, die gewoonlijk voor de toepassing van de godsdienstige wetten, volksinstellingen en gebruiken, zooals die in China zich vertoonen, weinig klemmende schijnen, maar dat daaruit toch nog niet volgt, dat de Chineesche getrouwde vrouw op Java, de echtgenoote van een Oosterling, zonder bijstand of schriftelijke machtiging van haren echtgenoot, bekwaam zou zijn om in rechten te ageeren en buiten rechten r echtshandelingen te doen als het aangaan van verbintenissen