is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

termijn van verjaring afhankelijk is gesteld van de wijze waarop de vordering bewezen wordt, die termijn verlengd of verkort wordt, naarmate authentiek, onderhandsch of geen schriftelijk bewijs aanwezig is;

dat nu in casu de vordering volledig bewezen wordt door de uotariëele koopacte en zij dus krachtens art. 1 eerst na 30 jaar verjaart;

dat de raad zelf beslissende, „dat uit de artt. 1, 2 en 3 in „onderling verband beschouwd zou blijken, dat aldaar in de beide „eerste artikelen, waar over beschreven vorderingen wordt gehandeld, bedoeld zijn schulden, van welker bestaan blijkt uit „een verklaring, hetzij door den schuldenaar zelf in geschrift „gebracht, hetzij door eene authentieke acte, waarbij de schuldenaar partij is geweest, geconstateerd, niets anders doet dan „toegeven de stelling der appellante, maar daarom ook juist, nu „eene acte aanwezig is, waarbij de schuldenaar partij is geweest, „en waaruit de schuld blijkt, art. 1 had behooren toe te passen;"

dat in elk geval de door geintimeerde geeischte schadevergoeding, bij gebreke van bewijs, had behooren te zijn ontzegd, en in elk geval niet ontvankelijk verklaard, naardien de wijze, waarop die vordering is ingesteld, is in strijd met de wet;

dat mitsdien de exceptie van verjaring had behooren te zijn af — en de vordering der Regeering gaaf toegewezen;

dat immers al de andere niet ontvankelijkheidsmiddelen en weren ten principale in eerste instantie tegen de vordering voorgebracht in de conclusie voldoende wederlegd en de onjuistheid daarvan voldoende aangetoond is, zoodat veilig thans daaraan kan worden gerefereerd;

dat de uitvoerige wijze waarop de zaken in eersten aanleg gedebatteerd zijn, den Hove alleszins in staat stellen om,'hetgeen dan ook in het belang van beide partijen is, bij verwerping van de exceptie van verjaring en vernietiging van het vonnis a quo, dadelijk ten principale recht te spreken;

O. dat de geintimeerde bij conclusie van antwoord appellantes grieven en beweringen in appel heeft bestreden, ziJi voorts, voor het geval het Hof bij vernietiging van 's raads vonnis termen mocht