is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelet op de door den Procureur-Generaal, bij 'Jmonde van den Advocaat Generaal Mr. A. Dull ter 's Hofs terechtzitting dd. 31 December 189 L genomen conclusie, strekkende tot verwerpii.g van het beroep in cassatie en veroordeeling van den requirant in de kosten ;

Gezien de stukken, waaronder de aan de wederpartij beteekende memoriën van eisch en van antwoord in cassatie;

O. d-at door den requirant twee middelen van cassatie zijn voorgesteld:

lo. Schending dan wel verkeerde toepassing van artt. 4, 5 en 7 van Staatsblad 1882 no. 152 en artt. 165 tot en met 181 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement, door uit overweging dat, zoolang hel tegendeel niet is beweeid, als tusschen partijen vaststaande moet worden aangenomen, dat het ten processe overgelegd afschrift van het priesterraadsvonnis in kwestie in allen deele overeenstemt met het origineel, en dus dat afschrift als basis van beoordeeling mag en moet strekken bij de vraag of het vonnis vatbaar is voor executoirverklaring, en door verder, op grond dat, volgens bedoeld afschrift, het priesterraadsvonnis noch een opgave der kosten bevat, welke aan partijen zijn in rekening gebracht noch ook is geteekend door al de leden, die aan de uitspraak medewerkten, de executoirverklaring van het gezegd priesterraadsvonnis te weigeren;

2o. Schending dan wel verkeerde toepassing van het eerste lid van art. 3 van het Reglement op de rechterlijke organisatie juncto het derde lid van art. 75 en het tweede lid van art 78 van het Regeerings Reglement, art. 13 van Staatsblad 1820 no. 22, Staatsblad 1835 no. 58, Staatsblad 1828 no. 55 en art. 168 van het zoogenaamd Inlandsch Reglement, door den priesterraad onbevoegd te verklaren tot kennisname van een vordering tusschen twee inlanders, strekkende tot gedeeltelijke nietigverklaring van een testament door een inlander gemaakt, en verder door, niettegenstaande de priesterraad ten deze bij vonnis heeft beslist, dat ongeacht het gemaakt testament, requirant volgens der Koraan, recht heeft op 3/4 der nalatenschap zijns broeders Abdul Rachman, nog in een onderzoek daaromtrent te treden, en requirant LVIII. 22