is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontzegt den oorspronkelijken eischer, thans gedaagde en geopposeerde, zijn vordering;

Veroordeelt hem in al de proceskosten, met uitzondering van die op het verstek gevallen, welke ten la^te van den opposant blijven.

Zitting van 13 Februari 1891. Voorzitter: als voren.

Art. 581 sub lo. Rv.— Lijfsdwang. — Orderbillet.— Schuldoorzaak. — Koopman. — Bewijs, —

Artt. 2, 3 en 4 Kh.

De onderteekenaar van een orderbillet kan niet toegelaten worden tot het bewijs van de onjuistheid der daarin vermelde schuldoorzaak

Het aanbod van het bewijs dat men geen koopman is, is te vaag gesteld om daaruit te kunnen afleiden dat bedoeld wordt te bewijzen, dat men geen enkel der in artt. 3 en 4 Kh. vermelde daden van koophandel uitoefent en daarvan zijn gewoon beroep maakt.

J. L. H. W. Horninge, eischer, comp. hij den adv. en proo. Mr. Th. A. Iluijs, contra

Tjan Tjoeij Soeij, gedaagde, comp. bij den adv. en proc. Mr. D. Foek.

DE RAAD VAN JUSTITIE TE BATAVIA,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

Ten aanzien der daadzaken, overnemende het exposé daarvan