is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het opkoopen van krossok (tabak), waarvan slechts een bedrag van f 654 door gedaagde, geïntimeerde, zou zijn verrekend, zoodat hij aan eischer, appellant, a'snog zou zijn schuldig gebleven een bedrag van f 546 als handelsschuld;

O. dat deze vordering, blijkens een door appellant in het geding gebrachte en op 23 Juli 1890 door gedaagde, geïntimeerde, geteekende en aan eischer, appellant, afgegeven qaitantie, haar oorsprong heeft in eene overeenkomst, gesloten tusschen partijen, waarbij gedaagde, geintimeerde, aannam om voor thans appellant, die hem daarom een voorschot van f 1200 verstrekte, krossok-tabak, afkomstig van den oogst 1890 en geteeld in het district Paré, op te koopen en in drogen staat te leveren in appellants afpakschuur te Katjangan, tegen gemiddelden marktprijs en tegen belooning van f 1 voor eiken te leveren picol krossok;

O. dat, volgens de bewering van den appellant, deze overeenkomst zoude zijn eene van koop en verkoop dan wel sui generis en niet, zioals door den eersten rechter is beslist, eene overeenkomst van lastgeving;

O. dat deze bewering is onjuist, daar toch, blijkens den inhoud der quitantie, de geintimeerde tabak zou opkoopen, niet om die weder te verkoopen, maar wel voor rekening van den appellant, die hem voor zijne moeite loon zoude betalen, zoodat hij handelde als lasthebber van den appellant;

O. dat dus terecht door den rechter a quo is beslist, dat de tusscben partijen gesloten overeenkomst is die van gesalarieerde lastgeving;

O. dat die rechter echter ten onrechte den eischer, thans appellant, met zijn oorspronkelijk gedauen eiseh heeft verklaard niet ontvankelijk, op grond dat het den lastgever wel vrijstaat om het hem toekomend saldo rauwelijks op te vorderen, wanneer dit vaststaat, doch dat waar, zooals in casu, het gevorderd saldo noch erkend noch bewezen is, den lastgever slechts eene actie competeert tot het doen afleggen van rekening en verantwoording ;

O. dat toch de bepaling van art. 1802 Burgerlijk Wetboek, volgens welke de lasthebber verplicht is tot rekening en ver-