is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De comparant Samuel Davidson deelt mede, dat hij doorzijn broeder Jacob gemachtigd is om den eisch tegen gedaagde in te stellen en krachtens die machtiging thans voor zijn broer in rechten verschijnt, leggende hij de door zijn broeder op hem verstrekte onderhandsche speciale volmacht de dato 1 April 1892 in het geding over. (I)

De raad acht het wenschelijk te beraadslagen of de heer Samuel Davidson als partij kan worden toegelaten en gaat mitsdien in advies.

Na gehouden beraadslaging spreekt de President het navolgend vonnis ter rolle uit:

De Raad,

Gehoord partijen;

Gezien de stukken;

O. dat in vorderingen als de onderwerpelijke, ingevolge art. 788 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering, partijen in persoon voor den rechter moeten verschijnen, ten ware zij mochten verkiezen zich bij een daartoe bij authentieke acte gevolmachtigde te doen vertegenwoordigen of zich door een

(D De volmacht luidde als volgt:

„Speciale Volmacht.

„De ondergeteekende Jacob Davidson, van beroep handelaar, wo„nende te Padang, machtigd mits deze den heer S. Davidson, van „beroep handelsgeënploijeerde, wonende te Weltevreden.

„Speciaal

„om voor en namens hem van den heer Itosenau, van beroep kof. „fiehuishouder, te Weltevreden woonachtig, eene schuld groot ƒ 200, „zegge Twee honderd gulden wegens door ondergeteekende aan hem „geleverde handelsgoederen, te vordereD, hem daarvoor te kwiteeren, „bij wijgering hem in rechten te vervolgen., daartoe praktizijn aan „te stellen, vonnissen te vragen, de voordeelige ten uitvoer te doen „leggen en van de nadeelige in hooger beroep te komen enz. — in „een woord al datgene te doen wat geconstitueerde goed en nuttig „zal oordeelen, alles onder belofte van goedkeuring en met macht „van substitutie.

„Padang , den 1 April 1892. „(w. g.) J. DAVIDSON."