is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen

Goesti K'toet Gangsa, oud naar gissing 27 jaar, van beroep landbouwer, geboren te Poerwakarta (Krawang), wonende te Djembrana (Balie);

Gagoes Madé Mania, oud naar gissing 24 jaar, van beroep landbouwer, geboren en wonende te Djembrana (Balie), geappelleerden.

HET HOOG-GERECHTSHOP VAN NEDERLANÜSCH-IND1E,

Gelezen het vonnis van den raad van justitie te Soerabaja dd. 21 November 1891, waarbij de beklaagden Goesti K'toet Gangsa en Gagoes Madé Mania zijn schuldig verklaard aan; diefstal bij nacht door meer dan een persoon op eene plaats die niet als een bewoond huis wordt aangemerkt of daarmede gelijkgesteld onder verzachtende omstandigheden, en deswege veroordeeld de eerste beklaagde tot wegzending naar een oord van ballingschap voor den tijd van drie maanden en de laatste beklaagde tot dwangarbeid buiten den ketting van gelijken duur, en met veroordeeling van hen hoofdelijk in de kosten van het rechtsgeding;

Gelet op de aanteekening van appel door den officier van justitie bij den raad van justitie te Soerabaja op den 5den December 1891 tegen dat vonnis gedaan;

Gehoord de voorlezing van het requisitoir van dagvaarding in hooger beroep en het exploit van beteekening daarvan;

Gelet op het tegen de niet ter terechtzitting in hooger beroep verschenen beklaagden -verleend verstek ;

Gehoord het rapport van den wd, vice-president Mr. II. van Dissel Szn;

Nog gehoord de voorlezing der verklaringen van de in eersten aanleg gehoorde getuigen;

Mede gehoord den advocaat-generaal Mr. J, van Assen in zijn, namens den procureur-generaal ter terechtzitting genomen requi sitoir, strekkende tot tenietdoening van het appel en bekrachtiging van het vonnis a quo, met verwijzing van de beklaagden in de kosten van het hooger beroep;