is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zijne ontkentenis dat twee der Directeuren en de Secretaris volgens de statuten van geintimeerde de bevoegdheid zouden hebben haar als lastgeefster in rechten te verbinden, zijn feitelijken grondslag mist, vermits de machtiging niet door hem, maar door de geintimeerde zelve is gegeven, hebbende geintimeerde ten slotte voor an'woord geconcludeerd tot niet ontvankelijkverklaring van den appellant met zijn hooger beroep, in allen gevalle tenietdoening daarvan, met veroordeeling van den appellant in de kosten van het appel nader op te maken bij staat en te vereffenen ingevolge de wet;

O. dat de appellant hierop bij conclusie van eisch incidenteel, na andermaal in breedvoerige beschouwingen te zijn getreden omtrent hetgeen door hem tot toelichting en door de geintimeerde tot bestrijding van zijn grieven is in het midden gebracht, en na daarbij nog te hebben ontkend, dat de geintimeerde maatschap een beslait zou hebben genomen, strekkende tot het verleenen van een machtiging op den heer Runge, naar aanleiding van het in het geding brengen der bovenbedoelde acte door de geintimeerde, de actis causae beeft gemaakt eene acte ddi 3 November 1888, met verzoek primair tot het vooralsnog buiten het geding stellen van de door geintimeerde daarin gebrachte acte als niets met de aan 's Hofs beslissing onderworpen geschilpunten te maken hebbende, subsidiair, om, zoo het Hof daartoe geen termen aanwezig mocht achten, aan appellant acte te verleenen van eenige bij de conclusie van eisch incidenteel door hem, onder reserve van alle weren en rechten, geformuleerde ontkentenissen, alles met veroordeeling van geintimeerde in de kosten van dit incident in geval van tegenspraak en anders met reserve tot aan de uitspraak op het appel;

O. dat der partijen praktizijns vervolgens de zaak nader mondeling hebben toegelicht, waarop de uitspraak is bepaald op heden;

Ten aanzien van het recht,

Quoad het vonnis, waarbij aan den appellant het door hem verzochte verstek van de eischeresse, thans geintimeerde, is geweigerd ,