is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 of 5 dagen later door Sittie in zijne woning is gebracht, bepaaldelijk uit medelijden met haren toestand, door hem is opgenomeu en veertien maanden, zonder een bepaald loon, hebbende hij haar f 2 loon 's maands willen geven, doch dit, daar Wakka het onnotidig achtte, nimmer uitbetaald, daarentegen van tijd tot tijd aan Mida eenig geld en kleederen gegeven, in zijne woning, waar zij huishoudelijke bezigheden verrichtte, is gebleven, zijnde zij daarop uit zijne woning gevlucht, omdat zij huwelijksplannen op het oog had ;

O. dat door de ter terechtzitting onder eede gehoorde getuigen is verklaard in hoofdzaak en wel door:

de volgens 's landraads oordeel negentienjarige getuige Mida, dat de vrouw Sittie haar op zekeren dag, ruim drie jaren geleden, tijdens zij in de woning van hare tante Wakka, welke haar van Maros, waar zij bij den Soelewatang van Rilaoet had ingewoond, had medegebracht, verblijf hield, heeft verzocht haar naar de woning van hare meesteres te volgen en zij alstoen met deze vrouw in beklaagdes woning is gekomen; dat zij aldaar drie dagen met Sittie is verbleven en deze daarop is vertrokken, haar in die woning achterlatende, zeggende dat zij nu moest trachten de huishouding te leeren, hebbende zij daarop ruim twee jaren in die woning vertoefd en aldaar, zonder eenig loon of eenige tegemoetkoming te genieten, verschillende huiselijke bezigheden verricht; dat zij onderwijl eenmaal uit die woning is gevlucht, omdat beklaagde aanslagen tegen hare eerbaarheid deed, doch, weder door Sittie en hare tante overgehaald, in de woning is teruggekeerd, welke zij eindelijk voor goed is ontvlucht, om met zekeren Djoemadie in het huwelijk te treden ;

dat zij er niet bij is tegenwoordig geweest, toen hare tante f 50 leende en het allereerst van beklaagde, nadat zij reeds een half jaar in zijne woning was, heeft vernomen, dat hare tante die som op haren naam had geleend ;

getuige Wakka: dat zij op zekeren dag, drie jaren geleden, de vrouw Sittie heeft verzocht voor haar nichtje, dat bij haar inwoonde en door haar van Maros uit het huis van den Soelewatang van Rilaoet was medegebracht, een dienst te zoeken en