is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overtreding van Staatsblad 1872 no. 114. In beide gevallen waren de als pandeling genomenen andere personen dan de schuldenaars. En nu, rechtsprekende in hooger beroep, verklaart ook de raad van justitie de beklaagden schuldig aan de hun ten laste gelegde feiten. Yooral het vonnis in zake Arapa bevat eene breede motiveering van de gronden, waarop de veroordeeling van den raad berust, terwijl ook door den substituut-officier van justitie, Mr. Scheuer, in een uitvoerig requisitoir tot bekrachtiging der schuldigverklaring van den beklaagde door den landraad werd geconcludeerd. Volledigheidshalve wordt ook dit requisitoir hieronder opgenomen.

Vonnis landraad Makasser in zake Jo Pe Nio.

DE LANDEAAD TE MAKASSEK,

Gezien enz*.;

Gehoord inz.;

wordende de beklaagde bij het bevelschrift tot dagvaarding ten laste gelegd :

dat zij in de maand September 18S9, aan de Inlandsche vrouw Kaminang ƒ 20 zou hebben geleend, onder voorwaarde, dat de dochter dier vrouw, genaamd Sapia, oud ongeveer 14 jaar, bij haar, beklaagde, zonder eenige vergoeding, in dienst zou treden en blijven, totdat de schuld ad f 20 zou zijn afbetaald en zij daarop het meisje Sapia werkelijk in hare woning in kampong Malajoe voormeld zou hebben opgenomen en gedurende eenige maanden zonder eenig loon verschillende huiselijke werkzaamheden hebben laten verrichten, waaraan Sapia zich op 6 Maart 1S90 door de vlucht zou hebben onttrokken;

Nog gehoord enz.,;

Mede gehoord enz.;

O. dat de beklaagde, ter terechtzitting gehoord, heeft verklaard, dat zij op zekeren dag, thans ongeveer negen maanden geleden, aan de Inlandsche vrouw Kaminang ƒ10 heeft geleend, met de voorwaarde, dat het dochtertje van Kaminang,