is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraag overig blijft of volgens het Mohainedaausche versterfrecht volle (wettige) zusters gerechtigd zijn tot de nalatenschap eener vrouw, die een wettige dochter achterlaat;

O. dat dienaangaande de voorlichting van deskundigen wenschelijk voorkomt, zoodat de daartoe strekkende incidenteele vordering van gedaagden behoort te worden toegewezen, behoudens dat de door hen gestelde vragen komen te vervallen en daarvoor in de plaats de zoo even vermelde aan de deskundigen moet worden voorgelegd;

O. dat, daar het hier geldt de uitlegging van een testament, dat tot staving van een beweerd erfgenaamschap is overgelegd, ter gelegenheid eener rechtsvordering, waaromtrent 's raads bevoegdheid in het algemeen vaststaat, de beantwoording van de meergemelde vraag uit het Mohamedaansche recht ter competentie van den raad staat;

Lettende, behalve op de aangehaalde artikelen, op art. 58 Burgerlijke Rechtsvordering en 232 van het Celebes-Regleinent (Staatsblad 1882 no. 22);

Rechtdoende,

Alvorens ten definitieve te beslissen,

Verstaat het gevoelen van deskundigen in te winnen omtrent de navolgende vraag: „zijn volgens het Mohamedaansche versterfrecht volle (wettige) zusters gerechtigd tot de nalatenschap eener vrouw, die een wettige dochter nalaat

Benoemt tot deskundigen, voor het geval partijen binnen 3 dagen na de beteekening van dit vonnis geen benoeming hebben uitgebracht: lutje Sitoewa, Lid van de Boedelkamer, Hadji Nadjamoeddin Daeng Nompo, lloofdpriester en Said Abdul Rachmati bin Djamaloelil Baharoen, kapitein der Arabieren te Makasser;

Bepaalt dat de benoemde deskundigen zullen worden opgeroepen ter terechtzitting van dezen raad van Woensdag den 30sten Maart 1892 des voormiddags ten half tien ure, ten einde den bij de wet gevorderden eed af te leggen;

Reserveert de kosten tot de einduitspraak.