is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2o. Schending, immers verkeerde toepasing van de artt. 47, 88 en 94 van Staatsblad 1880 no. 55, door het door Oe IJong San op 25 Februari 1890 van 's landraads vonnis ingesteld appel alsnog te ontvangen en als gevolg daarvan hem den bij introductief rekest ingestelden eiseh, zij het dan ook gedeeltelijk, toe te wijzen ;

O. ten aanzien van het eerste middel,

dat wel is waar een vonnis is een authentieke acte en derhalve alles wat daarin staat vermeld, krachtens de wet, volledig bewijs oplevert, en dus niet ter zijde kan gesteld worden, maar dat deze regel uitzondering lijdt, indien tegenbewijs geleverd, d. i. de onwaarheid van het vermelde bewezen wordt, en dat alzoo de rechter a quo, indien hij — gelijk onderwerpelijk — aannam dat het tusschen partijen vaststond, dat het door den eersten rechter vermelde feit, dat partijen bij de uitspraak van het vonnis tegenwoordig waren geweest, onwaar was, ook gerechtigd zou geweest zijn, om op grond hiervan, dit ter zijde te stellen;

O. dat dit echter daargelaten, in werkelijkheid dit feit door den rechter a quo niet is ter zijde gesteld, al moge hij zelf deze uitdrukking bezigen, maar dat feitelijk slechts door hem de beteekenis gewraakt is, die de eerste rechter aan het woord partijen hecht, daar daaronder door hem andere personen verstaan worden dan door dezen;

dat dit middel dus is ongegrond;

O. ten aanzien van het tweede middel, dat nu eenmaal door den rechter a quo was aangenomen, dat üe Dong San partij in het onderwerpelijk geding en niet bij de uitspraak daarin tegenwoordig was geweest, noch een aanzegging van die uitspraak ontvangen had, ook terecht, als een gevolg daarvan, door hem beslist is, dat het door hem ingesteld hooger beroep ontvankelijk was, zoodat dit middel mede is ongegrond; Gezien enz.;

Rechtdoende,

Verwerpt het beroep in cassatie;

Veroordeelt den requirant in de kosten in cassatie gevallen.