is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat de nemer van een wissel, die weder in het bezit van dat geschrift is gekomen, nadat hij aan liet door een endossant tegen hem uitgeoefend regres had voldaan, daardoor geheel in zijn oorspronkelijketi toestan' 1 van nemer, zooals deze was vóór het endosseeren van den wissel, wordt hersteld en hij dan als wettige houder is te beschouwen in den zin van art. 185 van het Wetboek van Koophandel, zoodat de eischeres ontvankelijk is met hare vordering ;

O. dat gedaagde niet heeft tegengesproken en derhalve als vaststaande is te beschouwen, dat hij den onderwerpelijken wissel heeft geaccepteerd en deze tijdig van nonbetaling is geprotesteerd ;

O. dat de gedaagde dientengevolge, overeenkomstig meergemeld art. 185 van het Wetboek van Koophandel, tot vergoeding jegens de eischeres, als wettige houlster van den wissel, verplicht is en derhalve de onderwerpelijke vordering moet worden toegewezen;

Gelet op het aangehaalde wetsartikel, op de artt. 192, 194 en 195 van het Wetboek van Koophandel, alsmede op de artt. 54, 581 2e, 585 en 58 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende,

Verklaart de eischeres met hare vordering ontvankelijk;

Wijst haar die toe;

Veroordeelt den gedaagde om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan de eischeres te betalen:

a. de som van drie duizend negen honderd en tachtig gulden met de renten daarvan ad negen ten honderd 's jaars van af 19 Juni 1891, zijnde de dag van het protest, tot den dag der volle voldoening toe;

b. de som van negen en negentig gulden en vijftig centen, zijnde twee en een half ten honderd van voormelde som met de renten daarover ad negen ten honderd 's jaars van af 20 Juli 1891, zijnde de dag der dagvaarding tot den dag der volle voldoening toe;

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad zonder borgtocht, niettegenstaande hoogere voorziening, en bij lijfsdwang, mits in