is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen en uitgesproken op den löden April 1892, waarbij hij is schuldig verklaard aan „insubordinatie door woorden en door gebaren" en overzulks veroordeeld tot de straf van vier maanden militaire detentie en met verwijzing van hem in de kosten en misen der justitie mitsgaders in die van den processe ;

Gelezen den namens den appellant op den I2den Mei 1892 gedienden eisch in appel, waarbij wordt geconcludeerd tot vernietiging of correctie van het hierboven gemeld vonnis van den krijgsraad te Paletnbang de dato 16 April 1892 of te tot andere ;

Nog gelezen de door den geappelleerde R. O. op den 17 Mei 1892 gediende schriftuur van antwoord in appel, waarbij wordt geconcludeerd, dat het Hoog Militair-Gerechtshof, met t« nietdoening van het appel, het vonnis zal bekrachtigen en den beklaagde zal verwijzen in de kosten der appellatoire instantie;

Gezien de verdere stukken van den processe, zoo ter eerste instantie, als in appel gediend;

O. dat de Krijgsraad, op de gronden en motieven in het vonnis vermeld, terecht als wettig en overtuigend bewezen heeft aangenomen, dat de beklaagde, thans appellant, op den lsten April 1892, des middags omstreeks 3% uur, in de keuken der Europeanen, den fuselier Koppen gedreigd heeft met hei deksel van zijn eetketel te zullen slaan, onder het uiten der woorden: „Ik zal je Godverdomme voor je kop slaan";

dat de Krijgsraad deze feiten gekwalificeerd heeft als insubordinatie door woorden en gebaren, op grond dat de fuselier Koppen op dat oogenblik dienstdoend korporaal planton keuken was en beklaagde, thans appellant, wist dat Koppen die hoedanigheid had en dus op dat oogenblik zijn meerdere was;

O. dat bij art. 20 van het Reglement op den Inwendigen dienst der Infanterie is bepaald, dat hij, die, bij onstentenis of afwezigheid van eenen meerdere in rang of graad, tijdelijk den dienst van dezen waarneemt, gedurende dien tijd het gezag en de verantwoordelijkheid van dien meerdere heeft, waaruit volgt, dat, zoo werkelijk tijdens het voorgevallene de fuselier Koppen op wettige wijze als dienstdoend korporaal als planton keuken fungeerde, hij op dat oogenblik de meerdere was van beklaagde,