is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet meer in staat geraakte opium te verstrekken, bij eene nadere overeenkomst door de partijen, wierde bepaald, terwijl het opiumcontract overigens in volle kracht bleef werken ; eveneens zou van die overeenkomst van den aanvang af eene afzonderlijke akte kunnen worden opgemaakt. De juridische aard van elke dier overeenkomsten staat dus geheel op zich zelve, (1) en wanneer men dan de laatstbedoelde, die waarbij de regeering zich verbindt de voor den verkoop in het klein benoodigde opium tegen eenen bepaalden prijs aan den pachter te verstrekken en deze aanmeent daarvoor dien prijs te betalen* toetst aan de bewoordingen van art. 1457 B. W. luidende „Koop en verkoop is eene overeenkomst waarbij de eene zich „verbindt om eene zaak te leveren en de andere om daarvoor „den bedongen prijs te betalen", dan valt het wel niet te ontkennen dat zij naar de wet eene overeenkomst is van koop en verkoop. En als men dan verder gaande de omschrijving leest welke art. 3 W. v. K. in de volgende bewoordingen geeft van hetgeen de wet tot daden van koophandel verklaart: „Door daden van koophandel verstaat de wet in „het algemeen het koopen van waren om die weder te ver„koopen, in het groot of in het klein, hetzij ruw, hetzij bewerkt „of om alleen het gebruik daarvan te verhuren", dan meenen wij dat men logisch tot geene andere gevolgtrekking kan komen dan dat de opiumpacliter door zijne toetreding tot het opiumcontract, hetwelk ook de bedoelde overeenkomst omvat, de hem benoodigde opium kbopt van de regeering, om die weder in het klein te verkoopen, en daardoor uitoefent eene daad van koophandel. Immers volgens art. 1458 B. W. wordt de overeenkomst van koop en verkoop gehouden tusschen de partijen voltrokken te zijn zoodra zij het eens geworden zijn over de

tl) Zoo besliste ook de Hooge ltaad dat waar aangenomen is eene uniform te maken en tevens de stof daarvoor te leveren, dit laatsto eene afzonderlijke overeenkomst vormt van koop en verkoop. (Arrest van 24 Maart 1871 W. v. h, R. 3320; niet zeer juist geformuleerd in de Ned, Pasicrisie in ooee koop en verkoop).