is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat toch de borg, die zich niet met den hoofdschuldenaar hoofdelijk verbonden heeft, krachtens alinea 3 van art. 1839 Burgerlijk Wetboek ook verhaal heeft tot vergoeding van kosten, schaden en interessen, terwijl, zooals met de geintimeerden het geval is, hij die zich hoofdelijk met een schuldenaar verbonden heeft, wien alleen de zaak, waarvoor hij zich mede verbond, aanging, krachtens art. 1832 sub 2o. juncto 1295 Burgerlijk Wetboek door dien schuldenaar moet worden schadeloos gesteld;

dat nu in casu de geintimeerden, stellende dat zij door de nalatigheid van den appellant in diens plaats de leverantie op zich hebben moeten nemen en diensvolgens krachtens art. 26 van de voorwaarden van aanbesteding voor leveringen en werken ten behoeve van het Departement van Oorlog in NederlandschIndië, voor zooveel in de behoefte wordt voorzien door de Militaire Administratie, ten aanzien van de betaling in de rechten van den aannèmer treden — daardoor voor de voldoening aan de contractueele verplichting i.e. betaling reeds verhaal hadden gehad, zoodat zij alleen konden instellen de actie ter zake van bij die voldoening geleden schade;

ad 3am, dat dit middel is gegrond;

dat toch zoowel art. 1839 als art. 1295 Burgerlijk Wetbiek alleen verhaal geven aan den borg of aan den borg-hoofdelijken medeschuldenaar, die betaald heeft d. i. aan de contractueele verplichting voldaan heeft;

dat nu die contractueele verplichting in casu niet bestond in het per dag of per maand leveren van vleesch, zoodat er re vera even zoovele contractueele verplichtingen zouden bestaan als in den contractstijd dagen of maanden begrepen zijn, maar, zooals uit het proces-verbaal van aanbesteding blijkt, in de levering tegen één vastgestelde aannemingsom van rundvleesch ten behoeve van het Departement van Oorlog gedurende het jaar 1890;

dat dus aan die verplichting eerst kan geacht worden te zijn voldaan of in wettelijken zin eerst kan geacht worden te zijn betaald, zoo vleesch is geleverd gedurende het geheele jaar 1 890