is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1892, 01-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. in de eerste plaats ten aanzien van de vraag of eiseher houder is van de accepten, waarop hij zich in de dagvaarding beroept, dat de raad die vraag terecht bevestigend heeft beantwoord;

O. toch dat appellants beweren dat zulks niet het geval is, daar de overgelegde orderbilletten luiden ten name der Heeren J. M. Johannes & Co. en niet ten name van eiseher, niet opgaat, immers, waar tusschen partijen vaststaat lo. dat eiseher die orderbilletten ten processe heeft overgelegd, 2o. dat die billeiten niet voorzien zijn van eenig endossement, 3o. dat eiseher handel drijft onder de firma J. M. Johannes & Co., 4o. dat gedaagde de ten processe overgelegde orderbilletten heeft afgegeven aan den Heer J M. Johannes & Co., dat is aan eene firma J. M. Johannes & Co. en niet is gesteld noch bewezen dat er te Batavia eenige andere dergelijke firma bestaat, zonder eenigen twijfel moet aangenomen worden, dat die ten processe overgelegde orderbilletten door gedaagde aan eiseher zijn afgegeven en deze dus terecht bij dagvaarding stelt daarvan te zijn houder;

O. dat appellant nu wel een beroep doet op de omstandigheid dat het protest werd uitgebracht ten verzoeke van de te Batavia gevestigde vennootschap onder de firma J. M. Johannes en Co., doch, waar door hem noch beweerd noch bewezen wordt dat er eene dergelijke vennootschap bestaat, noch dat hij aan eene dergelijke vennootschap orderlilletten heeft afgegeven, dit beroep afstuit op het feit dat de notaris de thans ten processe overgelegde orderbilletten heeft aangeboden en vertoond, ook zonder dat deze van eenig endossement voorzien waren, en dat hij dus heeft geprotesteerd de orderbilletten, waarvan, krachtens het bovenaangevoerde, de eiseher houder is, zoodat er geen redelijke twijfel kan bestaan omtrent de identiteit van deu eiseher en den persoon aan wien gedaagde de orderbilletten afgaf en die ze deed protesteeren, wordende deze identiteit nog bovendien bevestigd door de door eiseher overgelegde acte van 21 Maart 1890, welke is overgelegd, niet om daarop de vordering te doen steunen, doch slechts tot adstructie van de ingestelde actie;